In Nederland mag je de rente die je over je hypotheek betaalt aftrekken van je belastbaar inkomen. De Belastingdienst stort dat deel terug — meestal als maandelijkse voorlopige teruggaaf. Het effect: je netto woonlasten zijn lager dan de bruto annuïteit die de bank afschrijft.
Het tarief is in 2026 maximaal 36,97% (het basistarief in box 1). Vroeger mocht je aftrekken tegen het hoogste tarief (~49,5%), maar dat is jaar na jaar afgebouwd. Het geldt alléén voor de woning waar je zelf in woont — niet bij verhuur.
Daar staat tegenover: je krijgt een eigenwoningforfait (EWF) opgeteld bij je belastbaar inkomen — een geschatte huurwaarde van ongeveer 0,35% van je WOZ-waarde per jaar. Dat verkleint het voordeel een beetje.
Twee belangrijke nuances:
· We rekenen met het gemiddelde over 30 jaar. In de eerste jaren is het rentebestanddeel hoger, dus de besparing in jaar 1–5 is ongeveer 30% hoger dan dit gemiddelde.
· De aftrek geldt voor een hypotheek die volledig wordt afgelost binnen 30 jaar (annuïtair of lineair), bij nieuwe leningen vanaf 2013.
→ Lees onze hele Hypotheek-101 gids — berekening, soorten hypotheken, banken vs onafhankelijke geldverstrekkers, kosten koper, NHG, het hele verhaal.
→ Speel met scenarios — zie hoe een salarisverhoging of een andere rente je maximumhuis verandert.